Schoolstraat 29B - 9285 NE Buitenpost - T: 0511 - 541253
Frans Duits Engels Fries home

Sleedoorn en krentenboom

IMG_2387

Sleedoorn en krentenboom markeren het begin van de lente met hun witte bloemenkleed. Deze en andere familieleden van de roos zijn waardevolle struiken, die niet mogen ontbreken in houtwallen en vogelbosjes. Deze landschapselementen zelf zijn het waard om behouden te worden en versterkt, daar waar ze zijn verdwenen of in diversiteit zijn achteruitgegaan.

De sleedoorn - Krikelbeam in het Fries - is een van de vroegst bloeiende struiken. De roomwitte bloemenzee valt direct op wanneer u door het landschap rijdt. De bomen en struiken zijn allemaal nog kaal en ook de sleedoorn zelf bloeit voordat er blad aan het donkere hout verschijnt. Bent u aan het wandelen of fietsen, dan is het de moeite waard om even stil te staan bij zo’n bloeiende struik. Aan de takken en stam zult u lange scherpe stekels zien, terwijl de takken zelf ook uitlopen in een scherpe punt. De doorn van de sleedoorn is gevormd uit het hout, het inwendige van de takken, en niet uit de schors, het buitenste laagje. Sleedoornhout is bijzonder hard en wordt gebruikt voor het maken van wandelstokken. Ook voor gereedschapsstelen is het geschikt. Hetzelfde geldt voor het hout van het krentenboompje, in het Fries bekend als Krintebeam. De krentenboom is niet zo stekelig als de sleedoorn en daarom ook heel plezierig voor in de tuin. Ze bloeit iets later. De bloesems van de krentenboom zie je langzaamaan tevoorschijn komen. Eerst ontwikkelt zich het blad, dat een roze gloed over zich heeft. Eenmaal in volle bloei geeft een Amelanchierbosje de sensatie van een witte wolk. Grote bestanden van deze prachtig vertakte struiken zijn te vinden op de oostelijke Waddeneilanden en vooral op Schiermonnikoog. Het is een feest om daar in april of begin mei te wandelen of te fietsen. En in de herfst is er dan nog de toegift van de schitterende herfstkleuren van het blad.

Houtwallen
Sleedoorn (Prunus spinosa) en Krentenboompje (Amelanchier lamarckii) komen beide voor in de Zuidoosthoek van Friesland, de Friese wouden, en op enkele plaatsen in de Zuidwesthoek, zoals in de omgeving van Oudemirdum en Sint Nicolaasga. De sleedoorn hoort bovendien thuis in de houtwallen van de noordelijke Friese wouden, dus ook in de omgeving van De Kruidhof in Buitenpost. Toch is er veel verdwenen van deze oorspronkelijke houtwalbegroeiing, ook elders in Nederland. Met de komst van het ijzeren prikkeldraad werden de houtwallen als overbodig beschouwd en veelal gekapt en geëgaliseerd. De sleedoorn was, samen met andere stekelige verwanten zoals de meidoorn, de wilde roos en de braam, bij uitstek geschikt om als een natuurlijke kering voor het vee te dienen. De ondoordringbaarheid van dergelijke bosjes gaf aan kwetsbaardere soorten zoals eiken de kans om op te groeien. Waar eenzaam tussen de weidegronden de eiken staan, daar zijn de pioniers verdwenen, die de eik tot wasdom lieten komen!

Juist de complete houtwal, inclusief de stekelige besdragende soorten, is voor de natuur van levensbelang. Vogels, kleine dieren en insecten zoals vlinders en bijen vinden er een schuilplaats en voedsel; het vee krijgt de nodige bescherming tegen wind en zonneschijn. Voor mensen is het een lust voor het oog, om over de zoete geur van de meidoorn nog maar te zwijgen. In “De Bevrijding van het Landschap” houden Marius de Geus en Thomas van Slobbe een warm pleidooi voor het herstel en behoud van vlechtheggen en houtwallen in Nederland. Hun boek verscheen in de winter van 2000. Inmiddels is het 2008 en het lijkt erop, dat hun werk vrucht gaat dragen. De noordelijke Friese wouden zijn vereerd met de status van Nationaal Landschap, waarbij extra aandacht wordt gegeven aan het in stand houden en verbeteren van de karakteristieke landschapselementen, zoals elzensingels, houtwallen en pingoruïnes.

Bessen
De rozenfamilie is goed vertegenwoordigd in het natuurlijke landschap met houtwallen en vogelbosjes. Prunus spinosa en Amelanchier lamarckii, maar ook de braam en de meidoorn en natuurlijk de wilde roos horen allemaal bij de roosachtigen. Kijkt u maar eens naar de bloemen van deze soorten. Allemaal enkele, open bloemen met vijf bloemblaadjes in een perfecte symmetrie gerangschikt, veel lange meeldraden en dan als kroon op het seizoen een prachtige vrucht. De kleine zwarte bessen van het krentenboompje rijpen snel en zijn in juni al weer bijna allemaal opgegeten door de vogels. Ze zijn goed eetbaar, ook voor mensen, en worden wel gebruikt in gebak en dergelijke in plaats van echte krenten, die van een pitloze druivensoort afkomstig zijn. De staalblauwe bessen van de sleedoorn doen er veel langer over om te rijpen. Ze zijn pas eetbaar nadat in het najaar de eerste nachtvorsten eroverheen zijn gegaan. Het zijn overigens tamelijk wrange vruchten, die wel geschikt zijn voor bijvoorbeeld wijn, likeur en jenever, maar die niet echt lekker zijn om zo te eten. Van de bloemen van de sleedoorn kan thee getrokken worden, die een mild laxerende werking heeft en dus prima past in een voorjaarskuur van vasten en reinigen.

De sleedoorn is de wilde voorouder van de consumptiepruim. Pruimen en kersen, maar ook de sierkersen die de lente wit en roze kleuren, worden alle tot het geslacht Prunus gerekend. Kenmerkend voor dit geslacht zijn de steenvruchten, met een harde pit, in de kern waarvan het zaad is besloten. Dit zijn echte of ware vruchten, ontstaan uit het vruchtbeginsel onderaan de stamper van de bloem. Veel andere roosachtigen hebben schijnvruchten, waarbij ook andere delen van de bloem bij de vruchtvorming zijn betrokken.

Nieuws

RSS
16
Jan

De Kruidhof dicht tot 7 april 2012

Na de Oogstdag van 8 oktober Lees verder

#dekruidhof tweets

Bookmark and Share