Pimpernel
Pimpernel of bloedkruid
De rode pimpernel is de held incognito die in de gelijknamige avonturenroman van Emma Orczy uit 1905 ter dood veroordeelden redt van de guillotine: een hachelijke onderneming ten tijde van de bloedige Franse revolutie. “The scarlet pimpernel” is vele malen verfilmd en bewerkt tot musical. Weinigen weten, dat de schuilnaam verwijst naar een kruidachtige plant, het zogenaamde ‘bloedkruid’. De Latijnse naam is Sanguisorba, wat ‘bloedstelpend’ betekent. Sanguisorba is een plantengeslacht uit de familie van de Rosaceae, de roosachtigen. Twee vormen van deze pimpernel zijn bekend als heelkruid en als keukenkruid.
De grote èn de kleine pimpernel staan in de Geneeskrachtige Kruidentuin van De Kruidhof. De kleine pimpernel is bovendien te vinden in de Keukenkruidentuin. De pimpernel bevat looistoffen, die een samentrekkende werking hebben bij bloedingen en verwondingen, darmkrampen en diarree. De jonge blaadjes van de pimpernel zijn bovendien een smakelijk kruid in de keuken. Door te toppen en bloeischeuten te verwijderen kunt u de plant enige tijd ‘dwingen’ om nieuw blad aan te maken. Het verse kruid is lekker in salades, kruidenazijn of koele drankjes. De smaak doet denken aan gezouten komkommer. Probeert u eens een komkommersalade met verse bieslook en pimpernel met een yoghurtdressing.
Als het niet langer lukt om de planten kort te houden kunt u genieten van de sierlijke bloemaren die werkelijk de kleur van bloed krijgen. De kleine pimpernel (Sanguisorba minor) is matter van kleur dan de grote pimpernel (Sanguisorba officinalis). Wanneer u de afzonderlijke bloemhoofdjes eens met een vergrootglas bekijkt, treft u een compleet bloemstuk aan. Ieder aartje - in werkelijkheid ongeveer twee centimeter hoog - bestaat uit een verzameling bloempjes die zo dicht opeen zitten, dat het één geheel lijkt. De bovenste hebben een grote stempel, terwijl uit de onderste lange meeldraden naar beneden hangen. Aan de lengte en het grote aantal van die meeldraden herkent u de rozenfamilie, evenals aan de geveerde en getande bladeren. Aanvankelijk vormen deze een rozet, dat in milde winters mooi groen blijft.
In het voorjaar gaat de pimpernel de hoogte in. De kleine wordt ongeveer zestig centimeter, de grote bijna een meter. Vooral de grote pimpernel is een leuke tuinplant voor de vaste plantenborder in de zon, bijvoorbeeld in combinatie met siergrassen en zilvergroene bladplanten zoals de artemisia. De donkerrode bloemaren wuiven mee op de wind. Beide soorten Sanguisorba zijn in het wild vrij zeldzaam. De kleine pimpernel staat zelfs op de rode lijst van beschermde planten.
In Friesland zult u ze buiten de siertuin niet aantreffen. In andere delen van het land, zoals Zuid Limburg en het Noord-Hollands Duinreservaat komt de pimpernel nog wel in grotere aantallen voor. De planten hebben een voorkeur voor kalkrijke, vochtige bodems, zoals rivierdalen, duinvalleien en kalgraslanden. Een aantal vlindersoorten is aan de pimpernel gebonden. Larven van de pimpernelblauwtjes hebben een aantal weken de bloemen van het bloedkruid nodig om te groeien. Na deze fase laten ze zich meevoeren naar een mierennest, waar ze zich verder voeden met mierenlarven. In het mierennest overwinteren de poppen die in het volgende voorjaar als imago (volwassen vlinder) tevoorschijn komen.





