Klimop
Mooi groen: Klimop kruipt waar het gaan kan en klimt huizenhoog. Een symbool van trouw en eeuwig leven.
Klimmerblêd of klimop is inheems in Europa en voelt zich vooral thuis in een zeeklimaat zoals wij dat in Nederland kennen: koel en vochtig. De planten verdragen wel zon, maar zijn op hun best in de halfschaduw, zoals in een loofbos. De handvormige bladeren blijven drie tot vier jaar aan de plant, waarna ze verwelken en tenslotte afvallen. Inmiddels zijn er dan zoveel nieuwe uitlopers gevormd, dat een blaadje meer of minder niet opvalt. Klimop kan heel erg oud worden. Er zijn exemplaren bekend van meer dan vierhonderd jaar. Meestal krijgt klimop de kans niet om zo oud te worden, althans niet in de bewoonde wereld. Er bestaat een hardnekkig vooroordeel, dat klimop slecht is voor het huis. Een beetje waar is dat wel: ouderwets, zacht voegwerk kan gaan scheuren als gevolg van begroeiing met klimop. Op sterk voegwerk is klimop eerder gunstig te noemen: de plant neemt vocht op voordat dit in de muur kan doordringen, biedt een natuurlijke isolatie aan het huis en bovendien een perfecte schuilplaats en nestgelegenheid aan vogels. Een volgroeide klimopplant gaat bloeien in de late herfst en dat is heel fijn voor de dan nog rondvliegende bijen, die dol zijn op de nectar. Wanneer die bloeiende twijgen worden gestekt groeit daaruit een niet klimmende struikvorm van de Hedera met eivormige bladeren. Deze sierstruik wordt tot anderhalve meter hoog en vormt een prachtig groen element in de wintertuin met groengele schermbloemen in de herfst en blauwzwarte bessen in winter en vroeg voorjaar.
Trouw
De originele Hedera helix is een liaan, een klimplant, die zich met hechtwortels vastklampt aan een object, in de natuur meestal een boom. De klimop parasiteert niet: de plant wortelt zelf in de aarde, waaruit voedingsstoffen en water worden opgenomen. Vanwege de hechtende kracht is de klimop het symbool geworden van duurzame vriendschap en trouw. In kerkelijke kring ook van de trouw van God, weergegeven in de liturgische schikking als klimoprank of in de vorm van een krans, die verbeeldt, dat de mensen omgeven zijn door Gods trouw. Als alle groenblijvende planten wordt ook de klimop geassocieerd met onsterfelijkheid en eeuwig leven. De oude, Middelnederlandse, naam voor klimop (en voor andere groenblijvende gewassen zoals de taxus of de hondsdraf!) was ieve of iewe, nog terug te vinden in het hedendaags Duitse Efeu, het Engelse ivy (klimop) en yew (taxus) en het Saksisch Nederlandse eiloof. Hierin klinkt onmiskenbaar ons begrip ‘eeuwig’ door.
Klimop was ooit een attribuut van de antieke wijngod Dionysos of Bacchus. Klimop zou dronkenschap tegengaan, maar was misschien ook wel een roesmiddel. Klimop werd toegevoegd aan dranken om deze te kruiden en maakte in vroeger tijden deel uit van een kruidenmengsel waarmee mensen werden bedwelmd bij een chirurgijn. Zoals de gaper de apotheek of drogisterij aanwees, markeerde een krans van klimop later de ingang van de herberg of de slijterij. Maar “Goede wijn behoeft geen krans”; kwaliteit hoeft niet (aan)geprezen te worden.
Inwendig gebruik van klimop is overigens gevaarlijk: het tast de rode bloedcellen aan. Wel kan klimop goed uitwendig toegepast worden in kompressen, bijvoorbeeld voor het behandelen van likdoorns of om pijn en ontsteking te bestrijden bij bijensteken en zweren. Daarvoor worden de verse jonge bladeren gebruikt, geweekt in azijn, of een afkooksel ervan. Uit de Chinese kruidengeneeskunde is de ginseng bekend, een oosters familielid van de klimop. Dit kruid wordt onder andere ingezet om het immuunsysteem en het zenuwstelsel te versterken.





