Kardinaalsmuts
Vlammend kleurenspel vrolijkt de herfst op
De herfst laat zich van zijn mooiste kant zien, wanneer bomen en struiken een vlammende groet brengen aan ons toeschouwers. Voordat in november de laatste bladeren op de grond dwarrelen, tooien sommige soorten zich uitbundig in een kleed van vuurrood, goud of oranje. De kardinaalsmuts bijvoorbeeld, een sieraad voor elke tuin.
Loofbomen en bladverliezende struiken laten zich niet zomaar veroveren door Koning Winter. Zodra de nachten langer worden en de dagen korter gaat er iets veranderen in de stofwisseling van deze soorten. De groei komt tot stilstand en als het ook wat kouder wordt, gaat het bladgroen, dat verantwoordelijk is voor onder andere de groene kleur van de bladeren, zich langzaamaan terugtrekken uit de bladeren. Dit chlorofyl wordt opgeslagen in de twijgen, takken en stam. In de bladeren zitten, behalve het bladgroen, ook andere pigmenten, die gedurende het groeiseizoen geen kans krijgen om zichtbaar te worden. Maar als het chlorofyl zich terugtrekt, komen deze gele en rode kleurstoffen te voorschijn. Zij zorgen er dan voor, dat wij de prachtige herfstkleuren, van geel, via bruingeel en oranje tot vermiljoenrood kunnen waarnemen. Bij sommige soorten zijn de gele tinten dominant, veroorzaakt door xantofyl en caroteen, bij andere soorten, met veel anthocyaan, overheerst het rood.
De Kardinaalsmuts is een van de struiken die van verre opvalt door het felle rood van de bladeren. Vooral de niet inheemse, uit Azië afkomstige soorten, Euonymus sacchalinensis en Euonymus alatus, kunnen er wat van. De inheemse Euonymus europeus doet het wat rustiger aan, houdt het blad ook langer vast dan de exoten. Alle bladverliezende soorten krijgen bovendien schitterende vruchtjes, die sprekend lijken op een kardinaalsmuts. Kardinalen van de Rooms Katholieke Kerk dragen nog altijd bij plechtigheden in Rome en bij kerkelijke begrafenissen een vermiljoenrode bonnet. Dit is een baret met vier punten erin gevouwen. Precies zoals de vier puntjes van het euonymusvruchtje zijn gevormd. Het eigenlijke zaad zit hier in en is feloranje van kleur. Sommige vogels, zoals de goudvink, zijn hier dol op. Hoe dat kan snap je met je mensenverstand niet: de zaden en alle andere delen van deze struiken zijn giftig. De zaadjes gaan door het spijsverteringskanaal van de vogels en waar de restanten terecht komen kan een nieuwe struik gaan groeien.
Adventief
Euonymus europeus komt overal in Europa in het wild voor, vooral op de hogere zandgronden, waar hele bossages kunnen ontstaan, dankzij de activiteiten van de vogels.
In de provincie Friesland is de inheemse kardinaalsmuts een zeldzaamheid. Zelfs van de enkele exemplaren in de zuidoostelijke wouden en op Ameland bestaat het vermoeden, dat ze er gekomen zijn door verspreiding vanuit tuinen. Dat wordt "adventief" genoemd: de soort hoort er niet van nature thuis, maar is er gekomen, gebracht, door toedoen van de mens en met behulp van bijvoorbeeld de vogels. Net zo kun je in het voorjaar overal in de duinen van Ameland genieten van appelbloesem, altijd opvallend dicht bij wandel- en fietspaden. Die appelbomen horen niet van nature thuis in de duinen, maar zijn er gekomen doordat toeristen hun klokhuis weg hebben gegooid in de natuur.
De kardinaalsmuts in al zijn variëteiten is echt een struik voor in de tuin. Niet alleen de prachtige kleuren van bladeren en vruchten in de herfst zijn de moeite waard. Ook de kale struiken vallen op in de wintertuin. De schors van de takken is over de hele lengte voorzien van ribben, meestal aan vier kanten, zodat het hout bijna vierkant is. Daar dankt de euonymus in Frankrijk dan ook zijn naam aan: "bois carré". De structuur van de schors is dus een heel duidelijk kenmerk, waaraan je een soort kunt herkennen als er geen bladeren of bloesems aan de struik zitten. Een ander kenmerk is het bladmerk. Dat is een heel karakteristiek merkteken, dat voor alle soorten verschillend is, en dat achtergelaten wordt op de plaats waar het blad heeft vastgezeten. Je hebt er wel een vergrootglas bij nodig om het bladmerk in beeld te krijgen. Het leukste is om dat te doen bij een kastanjeboom. Als je ziet welke vorm het bladmerk van die boom heeft, dan snap je meteen, waarom die ook wel de paardenkastanje wordt genoemd. Tussen blad en twijg ontstaat in het najaar een kurklaagje, dat de boom beschermt tegen leegbloeden en infecties in de winter. Wanneer dat laagje dik genoeg is, valt het blad gemakkelijk van de boom als de wind opsteekt.
Bezoekers
Heel veel euonymussoorten verliezen hun blad helemaal niet in de winter. Dit zijn de groenblijvende soorten, meestal afkomstig uit Japan, die in het algemeen vrij laag blijven en vaak bonte bladeren hebben. Een aantal soorten wordt hoger en kan bijvoorbeeld een groenblijvende haag vormen. Soms zie je na de winter, dat de oude bladeren afvallen wanneer de nieuwe tevoorschijn komen. Deze bladhoudende Euonymus japonicus wordt heel veel toegepast in tuinen, vooral in voortuinen met lagere beplantingen. Ze zijn beslist mooi, maar wel een beetje saai, omdat ze er het hele jaar rond hetzelfde uit zien. Jammer genoeg zult u maar zelden de prachtige opgaande bladverliezende soorten aantreffen. Daarvoor moet u dan echt eens naar De Kruidhof komen en door de Varenhof en de Vlindertuin dwalen. Het openingsseizoen van de botanische tuin is nu helaas voorbij en de blaadjes zijn gevallen, maar er komt weer een nieuw jaar met nieuwe kansen. Hebt u plaats voor struiken in uw eigen tuin, plant dan nog voor de winter een Euonymus alatus, en vooral zo, dat u volgend najaar uit kunt kijken op het vuurrode bladerkleed. Een plaats in halfschaduw is het beste. Misschien kunt u ook nog eens genieten van de al even fel gekleurde goudvink, die uit dank uw tuin komt bezoeken.
In het voorjaar kunt u wel eens andere bezoekers aantreffen in uw kardinaalsmuts. Wanneer de struik nagenoeg kaal gevreten wordt door de rupsen van de stippelmot, zult u mij nog eens verwensen voor de goede tip die ik u zojuist gegeven heb. Stippelmotten zijn dol op kardinaalsmutsen, al kunt u de krioelende rupsjes die de struiken helemaal inpakken in hun spinsels ook aantreffen in meidoornhagen, in de sleedoorn en in vruchtbomen zoals kers en appel. Eén soort stippelmot - de Yponomeuta cagnagellus - heeft het alleen voorzien op de kardinaalsmutsen, omdat die een stofje bevatten dat voor deze motjes onweerstaanbaar is. Ze maken er in korte tijd een kunstwerk van à la Christo en Jeanne-Claude, die in november 1998 hele bomen inpakten bij Bazel in Zwitserland. Net als de inpakkunst van dit artiestenduo is ook het werk van de spinselmotrupsen tijdelijk. Hoewel ze helemaal kaal gevreten worden, herstellen de struiken zich altijd weer, omdat de rupsen verpoppen voor de langste dag en er nooit een tweede generatie komt. Helemaal geen ramp dus en misschien krijgt u ook nog extra vogels in de tuin die de rupsjes op de menukaart zetten voor hun kroost.





