Daslook
Daslook, Allium ursinem
Wylde sipeltsjes
Daslook is wat je noemt een stinzenplant. Vooral in de rijke Gouden eeuw, de zestiende van onze jaartelling, namen kooplieden uit andere delen van de wereld die aan de handelsroutes lagen allerlei exotische planten mee naar de Lage Landen bij de zee. Vooral veel bollen en knollen zijn zo in onze streken terecht gekomen. Bewoners van de voorname stinzen en staten, die zich een dergelijke luxe konden veroorloven, lieten deze exoten aanplanten in hun tuinen. Een van de oudst bekende vindplaatsen in Friesland van de Daslook is Wijckel in de zuidwesthoek. Daar zijn de 'wylde sipeltsjes' bekend om hun geur: 'de hiele bosk stjonkt dernei', vertelt D. van der Ploeg in zijn standaardwerk over stinzenplanten (Friese pers, 1988). Ook op andere plaatsen in Friesland zijn de planten te vinden in bossen en bosjes bij onder anderen Augustinusga, Cornjum, Goutum en Harich. Het zijn vaak de altijd vlijtige mieren die de zaden meeslepen en zo voor verspreiding zorgen, zoals ook gebeurt bij andere stinzenplanten, zoals de holwortel.
Voorjaarskuur
Daslook is zeker een heilbrengend kruid. Het is - op het juiste moment geoogst en gebruikt, namelijk in april en mei vóór de bloei - een van de meest geneeskrachtige kruiden voor de voorjaarsreiniging. Net als het gecultiveerde broertje, de Knoflook, Knyflok in het Frysk, heeft Daslook een krachtige bloedzuiverende en anti-bacteriële werking. Het jonge groene loof kan het beste vers gebruikt worden, fijngesneden in soepen, salades en sauzen. Maar er kan ook melk van getrokken worden om bij wijze van medicijn te drinken.
Nog iets over de naam: in het Frysk is het Blêdlok, wat verwijst naar de groene bladeren, die anders dan bij de meeste andere familieleden uit de uienfamilie (de Alliums) zacht, breed en fris groen zijn. Het is ook vooral het jonge blad dat bruikbaar is, al zouden in de herfst eventueel de wilde bolletjes bij wijze van knoflook gebruikt kunnen worden.
De Latijnse naam brengt ons op een ander spoor: Allium ursinum betekent letterlijk Berelook. Inderdaad wordt ook die naam wel aangetroffen en daar hoort een verhaaltje bij. U weet het misschien ook wel, dassen, maar ook beren houden een zogenaamde winterslaap: de hele koude en donkere wintertijd brengen ze slapend in hun hol door terwijl ze interen op hun reserve. En als het dan zover is en de beren zich eindelijk omdraaien en zich eens lekker gaan uitrekken, dan krijgen ze al gauw een knagend gevoel in de maag, want ze hebben al maanden geen lekker hapje gehad. En de buik is ook al zo opgeblazen, want eens even goed naar de WC is er ook niet bij als je alsmaar ligt te slapen. En zo komt Bruintje in beweging en gaat op zoek naar iets goeds, liefst zo dicht mogelijk in de buurt: in het bos rondom zijn hol. En daar is, o wonder, juist door de eerste lenteregen en de eerste warme zonnestralen die tussen de nog kale bomen doorkomen, het jonge groen van het Daslook tevoorschijn gekomen. Beer eet zich er helemaal vol mee. Gaat eens lekker liggen verteren in het zonnetje en dan een flinke bolus draaien. Zij wordt er helemaal vrolijk van en al gauw kan ze er weer helemaal tegen. Van pure blijdschap klimt ze in de hoogste boom en laat zich met een plof middenin een lookveldje vallen. Dat is dus even schrikken voor vriend das, die juist onder dàt veldje zich een hol had gegraven voor deze winter. Maar nu hij toch wakker is geworden, zal hij ook maar eens onder de grond vandaan komen. En zo is het gekomen dat het lookveldje de naam Daslook - Veld kreeg. En tot op de dag van vandaag is dat de naam die wij geven aan dat wonderbaarlijke voorjaarsplantje met zijn prachtige witte sterrenbloemen.
In juni is de Daslook al weer terug aan het kruipen in de grond, maar die andere Alliums, die u wel wat beter kent, komen weer heerlijk vers in de winkel te liggen: lente-uitjes, jonge prei en potjes met bieslook, die het ook in de tuin zo goed kunnen doen. Daarom vandaag een lekkere preitaart op het menu met een frisse lentesla van veldsla met lente-uitjes. En bent u niet zo gelukkig om in eigen tuin van de mooie sterretjes te kunnen genieten, brengt u dan in het voorjaar eens een bezoek aan de Botanische Tuinen van De Kruidhof, waar u allerlei soorten Alliums, van knoflook tot 'Trommelstokjes' kunt bewonderen. De meeste Alliums bloeien overigens al vroeg in de zomer, dus wacht niet te lang.
Romige preitaart met lentesalade
Voor de taartbodem:
225 gram magere kwark
4 el zonnebloemolie
225 gram bloem of tarwemeel
½ tl zout
Voor de vulling:
4 jonge preien
restje gekookte aardappelen
2 eieren
1 dl koffieroom
100 gram geraspte geitenkaas
Voor de salade:
enkele lente-uitjes
zakje gewassen veldsla
½ gele paprika
alfalfa
kleine courgette
olie en azijn
geitenfeta
Roer in een kom kwark en olie goed door elkaar en werk er vervolgens het mengsel van meel en zout stap voor stap doorheen. Snel doorkneden tot een glad en soepel deeg. In de voorverwarmde oven op 200 graden ongeveer 10 minuten voorbakken in een lage taartvorm van 24 cm doorsnede. Gebruik nepvulling van oude peulvruchten en bakpapier!
Intussen de prei in kleine ringetjes snijden en goed wassen. Gebruik het witte en lichtgroene deel ( het donkergroene blad is goed voor de groentensoep). Fruit de prei in een beetje olie tot ze glazig en zacht wordt. Neem de pan van het vuur. Klop de eieren los met de koffieroom. Meng de prei met de geprakte aardappel (gebruik niet meer dan ongeveer 150 gram aardappel) en de geraspte kaas. Verdeel dit groentenmengsel over de taartbodem. Tenslotte het eimengsel gelijkmatig over de taart uitgieten. Een half uur bakken in het midden van de oven op 200 graden.
Voor de salade de olie en azijn mengen met wat zout en peper naar smaak. De lente-uitjes, paprika en veldsla schoonmaken en klein snijden en alle ingrediënten mengen. Tenslotte de feta in kleine blokjes over de salade verdelen.





