Bramen
Bramen, een stekelige lekkernij
Bramen zoeken in de nazomer doe je niet in je zondagse kleren. Een stevige spijkerbroek, kaplaarzen en een paar werkhandschoenen om je een weg te banen tussen de warboel van stekelige bramentakken zijn nuttiger. Bramen zijn rijp als ze gemakkelijk loslaten. De meeste soorten zijn dan diep glanzend zwart, alleen de dauwbraam heeft een andere tint: dof donkerblauw. De dauwbraam komt in Fryslân alleen in de duinen op de Waddeneilanden voor in kleine aantallen. De gewone wilde braam, de Toarnbei, zie je overal in de wouden en in het Zuidwesten van de provincie, vooral in Gaasterland, en ook op de eilanden.
Het is heel verleidelijk om tijdens een wandeling of fietstocht onderweg te snoepen van de bramen die je tegenkomt. Niet helemaal zonder risico! Bosfruit kan besmet zijn met urine of uitwerpselen van vossen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt, dat in twee grensstreken van ons land - Oost Groningen en Zuid Limburg - een deel van de vossen is besmet met de lintworm Echinococcus multilocularis. Bij mensen kan een besmetting met deze lintworm jarenlang sluimeren, maar uiteindelijk fataal zijn. Hoewel de kans om een dergelijke besmetting op te lopen niet groot is, is het raadzaam om geen vruchten te plukken onder kniehoogte en om alle bosfruit eerst goed te wassen. Verwerking tot jam, waarbij de vruchten gekookt worden, is honderd procent veilig.
Om problemen te voorkomen doet u er goed aan in uw eigen tuin een braamstruik aan te planten. Er zijn talrijke cultivars in de handel, zelfs zonder stekels, die jaarlijks een goede oogst geven. De struiken verzorgt u door de nieuwe scheuten aan te binden, bijvoorbeeld aan een pergola of rozenboog, de oude, afgedragen takken aan het eind van de winter bij de grond weg te snoeien, en in voor- en najaar wat mest te geven. Op een standplaats met vooral ochtendzon doet de natuur de rest.
Bramenthee
De verzamelnaam voor alle bramen is Rubus fruticosus. Heel veel cultivars zijn hybriden of kruisingen, soms met verwante soorten zoals de framboos. Alle Rubussoorten maken deel uit van de rozenfamilie. Bij bramen is de verwantschap duidelijk te zien aan de stekels op de takken en aan de vijftallige bloemen. Van het jonge bramenblad kunt u thee trekken, die behulpzaam is bij verkoudheid, maar ook bij diarree. De braam bevat tannine, een looistof, die een samentrekkende werking heeft. U kunt het blad vers gebruiken of drogen op een koele, donkere plaats voor gebruik in de wintermaanden. Een paar verse blaadjes of een eetlepel van het gedroogde kruid is voldoende voor een pot thee, die u verdeeld over de dag kunt opdrinken.
Bramen zijn zeer in trek bij insecten: tientallen dag- en nachtvlinders fourageren op de bloemen en later op de vruchten. Tijdens het Vlinderwandelweekend van de jarige Vlinderstichting in augustus waren er bijvoorbeeld veel Bonte Zandoogjes op en bij de bramen te vinden. Sommige nachtvlinders zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de braam en de framboos: de zeldzame Brummelspanner (brummel is het Oost-Nederlandse woord voor braam) en de algemenere Braamvlinder. Voor deze soorten is de braam een waardplant: de vlinder legt de eitjes erop, waarna de larven en rupsen zich voeden met de plant, meestal het blad. De Braamvlinder werd waargenomen tijdens de Nachtvlindernacht in De Kruidhof in 2007.





